De waarde van Hoogstamvruchtbomen.

Naast de esthetische en ecologische waarde hebben hoogstamvruchtbomen ook een
grote cultuurhistorische waarde. De doelstelling van Landschapsbeheer is behoud van
vruchtbomen, herstel van (boeren)boomgaarden en behoud van oude fruitrassen.


Landschapsbeheer Groningen

Kleipeer, Mandjespeer, Weldrager.

Herkomst onbekend. Vermoedelijk inheemsche variateit, welke reeds lang in cultuur is.

Vrucht: Klein tot matig groot, rond, gelijkmatig van vorm.
Kleur: Hardgroen met veel roest, bij rijpheid geelgroen.
Kelk: Groot, open in vlakke kelkholte, kelkblaadjes vleezig.
Steel: Kort en dik.
Vruchtvleesch: Hard, korrelig, wit.
Gebruikstijd: December - februari.

De boom groeit matig, zeer steil. Vormt nooit een grooten boom. Geschikt voor stamboom en struik. Kan veredeld worden op zaailing.
Geschikt voor elken grond.
Bloeitijd vroeg. Is vroeg en zeer vruchtbaar. Vruchten zitten vast aan het hout, kan laat geoogst worden.
Hoewel de boom niet sterk groeit, doch stevig gedrongen hout maakt, is hij geschikt langs de windzijde op korten afstand als haag geplant te worden.
Op lateren leeftijd is het dikwijls moeilijk de boomen in den groei te houden. Moet vrij sterk gesnoeid worden, teneinde groei te behouden.
Komt algemeen voor en behoort tot een der beste stoofperen.


 


Kruidenierspeer.

Herkomst onbekend, vermoedelijk afkomstig uit Zuid-Holland en verspreid door de fam. Kruidenier, vanwaar de veel voorkomende naam Kruidenierspeer.

Vrucht: Klein, kort, buikig. Gelijkmatig van vorm.
Kleur: Groen, aan zonzijde gebronsd met kleine grijze stipjes, bij rijpheid geel met lichtgroene stippen.
Kelk: Normaal, open.
Steel: Betrekkelijk kort, vleezig.
Vruchtvleesch: Wit, betrekkelijk droog, vrij grof, min of meer korrelig, lichtelijk rins. Goede smaak, spoedig melig.
Gebruikstijd: Eind Juli, begin Augustus.

Boom groeit goed en vormt op later leeftijd een groote boom. Wordt in het midden van ons land veel aangetroffen als hoogstam en wordt algemeen veredeld op zaailing. Kan met tusschenveredeling geënt worden op kwee, groeit direct op kwee veredeld slecht.
Kan op alle voor vruchtboomen geschikten grond worden gekweekt, geeft echter de voorkeur aan goeden kleigrond.
Is op zaailing eerst laat vruchtbaar en ook later dikwijls zeer onregelmatig in het dragen. Draagt veelal uitsluitend in den top van den boom. Kan in goede jaren groote oogsten geven.
Is vatbaar voor schurft en moet met het oog op bladbeschadiging met zorg bespoten worden.
Rijpt zeer snel en moet in enkele dagen geoogst worden. Behoort tot een der beste variëteiten onder de vroegrijpende en wordt daarom gaarne tegen goeden prijs gekocht.
Komt in het intensieve bedrijf practisch niet voor en wordt ook als boomgaardboom vrijwel niet meer geplant als gevolg van onregelmatige vruchtbaarheid.

 


Brederode.

Herkomst onbekend.

Vrucht: Middelgroot, meer breed dan hoog. Bergamottevorm, veelal onregelmatig.
Kleur: Dofgroen met weinig roest en aan zonzijde iets bruinrood.
Kelk: Klein en gesloten.
Steel: Kort, veelal scheef ingeplant, soms gedeeltelijk met vruchtvleesch vergroeid.
Vruchtvleesch: Wit, korrelig.
Gebruikstijd: December - Mei.
Stoofpeer van zeer goede kwaliteit, kookt uitstekend rood, smaak iets rins.
 


 

Boom groeit matig tot goed. Groeit langzaam uit tot zeer grooten boom, die een hoogen leeftijd kan bereiken.
Geschikt voor hoogstam en struik. Wordt in den regel veredeld op zaailing.
Is niet geschikt voor lichten grond. Ontwikkelt zich goed op zware klei.
Bloeitijd vroeg. Is laat vruchtbaar. Draagt echter op lateren leeftijd vrij regelmatig en kan dan groote oogsten geven.
Heeft weinig last van ziekten.
Komt vrij veel voor in Maas en Waal en in Noord-Brabant ten Zuiden van de Maas. Is overigens niet erg verspreid.
Heeft als stoofpeer groote waarde. De vrucht kan in gewone bewaarplaatsen tot in Mei bewaard worden zonder noemenswaardig verlies. Wordt door den handel wel gewaardeerd.




Golden Delicious.

Gewonnen door Jesse Hiatt te Peru, Iowa U.S.A., omstreeks 1880.

Vrucht: Matig groot, vrijwel rond, iets geribd.
Kleur: Groen, bij rijpheid helder geel met fijne roeststippen, in steelholte iets roestig.
Kelk: Gesloten in vrij nauwe en diepe, onregelmatig gevormde kelkholte.
Steel: Zeer lang en dun, diep ingeplant.
Vruchtvleesch: Geel, vast, zachtzuur met goed aroma.
Klokhuis: Normaal, matig met zaden bezet.
Gebruikstijd: November - Januari.
 


Groei van den boom goed. Geschikt voor struikvorm.
Kan veredeld worden op alle gangbare onderstamtypen. Is vrij vroeg vruchtbaar en draagt in later jaren goed.
Bloeitijd vroeg tot middel vroeg.
Is gevoelig voor schurft.
Delicious is een voor ons land nog betrekkelijk nieuwe appel, welke de laatste jaren zeer veel in het intensieve bedrijf, vooral in Zeeland, is aangeplant.
Is een zeer goede kwaliteitsappel.
 

Goudreinette, Belle de Boskoop.

 


Vermoedelijk een Nederlandsche appel, waarvan de herkomst niet meer met zekerheid is vast te stellen.

Vrucht: Groot, onregelmatig van vorm. Meerdere typen, waarbij vormen, welke breeder zijn dan hoog, andere hooger dan breed.
Kleur: Groen met roestbruin, aan de zonzijde rood gekleurd met tal van variaties.
Kelk: Half gesloten, in vrij breede en tamelijk diepe kelkholte.
Steel: Normaal, soms lang en dun, diep ingeplant.
Vruchtvleesch: Geelachtig wit, knappend, saprijk met aangenaam aroma.
Klokhuis: Matig, veelal slecht bezet met zaden.
Gebruikstijd: December - April.
Zeer waardevolle handelsvrucht voor dessert en keuken.
 


De boom groeit sterk en breed uit. De boom is op lateren leeftijd meer breed dan hoog. Geschikt voor stamboom en struik.
Kan veredeld worden op elken onderstam met uitzondering van type IX.
Voldoet op vrijwel elken grond, mits niet te nat en koud.
Bloeitijd vroeg tot middenvroeg. Vruchtbaarheid dikwijls zeer laat. Hoogstammen op zwaren grond dragen meermalen niet voor het 15de tot 20ste jaar. Op lateren leeftijd vruchtbaarheid goed en bij goede verzorging regelmatig.
Is vatbaar voor kanker en vooral voor schurft. Vereischt nauwkeurige en veelvuldige ziektebestrijding.
Is een der meest voorkomende variëteiten in ons land. Zeer algemeen verspreid. Heeft als vrucht groote waarde, als dessertappel, als moesappel en voor fabrieksdoeleinden. Wordt steeds graag gekocht tegen goede prijzen.
Van de Schoone van Boskoop komen tal van variaties voor. Onderscheiden worden de grauwe, de groene, de gele en de roode variëteit. De meest gewenschte variëteit is de grauwe met aan de zonzijde roode blos, welke als bewaarappel de beste is.


Reine Victoria.

Volgens Hogg afkomstig uit Alderton, Sussex, Engeland en in 1844 in den handel gebracht.

Vrucht: Groot, eivormig.
Kleur: Helderrood met sterke dauw.
Vruchtvleesch: Geel van kleur, zeer saprijk, aangenaam van smaak.
Steen: Vrij groot, laat goed los.
Huid: Vrij sterk, scheurt niet gauw.
Gebruikstijd: Einde Augustus begin September.
  


Boom groeit in de jeugdjaren vrij sterk. De groei wordt echter spoedig geremd door zeer groote vruchtbaarheid. Vormt daardoor geen grooten boom, met breede, hangende kroon.
Geschikt voor stamboom en voor struik.
Groeit op vrijwel iederen grond, mits goed voedzaam.
Bloeitijd middenvroeg. Is zelffertiel. Vruchtbaarheid zeer groot reeds op jeugdigen leeftijd.
Vruchtdunning is in den regel noodzakelijk, daar anders de boom zich te veel uitput, de vruchten klein blijven, niet op kleur en niet op smaak komen. Alleen goed uitgegroeide vruchten zijn smakelijk.
Boom is zeer vatbaar voor loodglans.
Komt algemeen verspreid voor. Is wegens groote vruchtbaarheid veel geplant.
Ernstige aantasting door loodglans remt verdere verbreiding.
Een der beste pruimen voor den handel. Kan goed enkele weken gekoeld worden.